Bedrijfsnaam - Bedrijfsboodschap
(Deze website leest vooralsnog het prettigst op een desk- of laptop. Op sommige tablets en smartphones valt een deel van de illustraties weg. U moet gewoon even doorscrollen wanneer u op zo'n ogenschijnlijk leeg vlak stuit. Aan een oplossing wordt gewerkt.)


De Rijn-Maas-Schelde-Delta

De gemeente Brielle ligt op het eiland Voorne-Putten, dat deel uit maakt van het Zuid-Hollandse deel van de Rijn-Maas-Schelde-Delta. Nu liggen er in die door de Deltawerken beschermde Delta vooral keurige eilanden en hier en daar een zandplaat. Zo'n 1000 jaar geleden zag het waterrijke gebied er heel anders uit. Toen deed de Delta sterk denken aan het huidige waddengebied: een watermassa met slikken (bij laagwater droogvallende zandplaten, die tweemaal per etmaal onder water staan, waarbij in het zeewater zwevende slibdeeltjes op de slikken neerslaan), schorren (dit zijn eigenlijk slikken, waarop zoveel zwevende deeltjes zijn afgezet, dat ze zover boven het water uitsteken, dat ze alleen nog bij heel erg hoog water onder lopen), af en toe een eiland en kreken en geulen, die het rivierwater naar zee afvoeren. De wind heeft ervoor gezorgd, dat op de schorren duinen ontstonden en de zandplaten langzamerhand in eilanden veranderden.Die eilanden hadden overigens een mobiel karakter. Soms sloeg aan de ene kant wat grond weg, die dan aan de andere kant van het eiland of bij een heel ander eiland weer werd afgezet, waardoor een eiland kon 'wandelen' en groeien. Op een gegeven moment werden die eilandjes heel interessant voor vissers. En later ook voor boeren. En toen ging men de eilandjes onderling verbinden met dijken, waardoor er vruchtbare polders ontstonden. 

Inpoldering
Met de inpoldering van Voorne en Zeeland is overigens niet door Hollanders begonnen, maar door Vlamingen. Hoewel Nederlandse politici graag in het Buitenland vertellen, dat de Hollanders in de 11e eeuw het inpolderen hebben uitgevonden, komt de eer voor deze uitvinding de Vlamingen toe. Die hielden zich al in de 8e eeuw met het aanleggen van polders bezig.

De schaarse droge plekken op het steeds moerassiger wordende Voorne werden voornamelijk bewoond door afstammelingen van Kelten (de stam die van de Romeinen de naam Marsaici kreeg), door de Kleine Friezen (in het Latijn: Frisiavones Helinio) en een enkele, rond het jaar 400 achtergebleven Romein. O, en dan waren er ook nog wat Franken. Want de grensrivier tussen Voorne en Putten, de Bernisse, was ook de grens geweest tussen het West-Frankische en Oost-Frankische rijk.

Hollanders hadden van tussen pakweg 300 en het jaar 900 nauwelijks belangstelling voor dat levensgevaarlijke wadden- en moerasgebied ten zuiden van de Maas met al zijn natuurrampen. Maar op een gegeven moment werden de huidige provincie Zeeland en het daarboven gelegen eiland Voorne overspoeld door een 'tsunami' van Vlaamse emigranten, voor wie hun eigen, naar middeleeuwse opvattingen schatrijke, maar overbevolkte graafschap te krap werd. 

Van die nieuwkomers zijn vooral kloosterlingen verantwoordelijk voor de inpolderingen op het eiland Voorne (Voirne), dat in Vlaanderen vooral werd gezien als een bruggenhoofd tegen hun bovenburen; de vergeleken met Vlamingen beduidend minder welvarende en, in wat destijds moderne verworvenheden betreft, enigszins achtergebleven Hollanders en de in de 8e eeuw van een groot handelsrijk beroofde Friezen (die niet moeten worden verward met de nazaten van de op Voorne inheemse 'Kleine Friezen' van de Romeinse geschiedschrijvers). 

Voor alle duidelijkheid: het ten noorden van de Maas gelegen gebied tussen De Lier (destijds de naam een rivier in het Westland) en de Hollandse IJssel heette het Maasland en was door keizer Otto II  in 985 in leen gegeven aan de graaf van de West-Friezen. Daardoor waren de (West)Friezen als het ware de bovenburen van Voorne. Tot overmaat van ramp had die West-Friese graaf Voorne en een eiland bij Schouwen in leen gekregen. (Aan de lenen die hij bij die zelfde gelegenheid had gekregen in Noord-Holland besteden we gemakshalve maar geen aandacht.) 
Het is wel van belang om te melden, dat het in leen geven van het Maasland beneden en boven de Maas tot de bevoegdheden van de keizer behoorde, terwijl het in leen geven van het graafschap Holland formeel niet onder de keizer, maar onder de bisschop van Utrecht viel. Hieruit blijkt dat de graaf van Holland voor 985 niets te zeggen hadden in de beide Maaslanden; dus ook niet op Voorne.) 

De (West)Friese graaf van Holland, Dirk II, was getrouwd met een Hildegardus naar wie de Rotterdamse wijk Hillegersberg naar is genoemd. Zij was de dochter van een Vlaamse graaf, vandaar dat Dirk II werd opgevolgd door zijn zoon Arnulf (Arnout) van Gent. Voordat Deze Arnout zijn vader als graaf van Holland opvolgde had deze hem al de heerlijkheid Voorne geschonken. Dat betekent dus dat er al in de 10e eeuw een heer van Voorne is geweest. En dat de overzichten van de heren van Voorne incompleet zijn. Maar misschien worden de eerste uit het Huis van Holland/Friesland stammende heren van Voorne genegeerd, omdat ze hun functie duidelijk als vazal van Holland bekleedden dan hun meer onafhankelijke collega's.

Saillant detail: Floris II, die van 1091 tot 1122 heeft geregeerd, zou de eerste graaf zijn, die zich daadwerkelijk 'graaf van Holland' noemde. Zijn voorgangers werden aangeduid als 'graaf der Friezen' (comes Fresonum). 

Voor de goede orde: Zeeland (inclusief Zeeuws-Vlaanderen) en Holland (inclusief West-Friesland) hebben in de 7e en 8e eeuw deel uit gemaakt van een machtige koninkrijk, dat met een recent in gebruik genomen naam wordt aangeduid als Magna Frisia, dat, naast het huidige Friesland, ook nog Utrecht, Groningen, het Duitse Ost-Friesland besloeg. Magna Frisia zou van het Zwin bij Brugge tot aan de Wezer in Duitsland hebben gereikt. Magna Frisia werd niet vanuit Leeuwarden, maar vanuit de stad Utrecht bestuurd. Een omstandigheid die er later wellicht voor heeft gezorgd, dat de bisschop van Utrecht (die bij zijn aanstelling ook een prinsentitel kreeg) de leenheer van de graaf van Holland/graaf der Friezen werd. (De liefde tussen Holland en Friesland ging overigens niet erg ver. De gewesten hebben van 993 tot 1524 geregeld oorlog met elkaar gevoerd. Onder meer omdat veel Friezen (inclusief de West-Friezen) de graaf van Holland helemaal niet zagen zitten als opperste landsheer.)

Er wordt vermoed dat de Friezen er ook nog wat kolonies in Engeland en België op na hielden en dat zij van grote invloed zijn geweest op de handelsgeest van de vooral om plunderingen en verkrachtingen herinnerde Noormannen a.k.a. Vikingen. 
De Friezen hadden handelskolonies gevestigd in plaatsen als Sigtuna (Zweden), Hedeby (Denemarken), Ribe (Denemarken), York, London, Duisburg, Keulen, Mainz en Worms. De Friezen zijn Magna Frisia en haar handelskolonies kwijtgeraakt, nadat ze door de Saksen en Franken waren verslagen. Hun vroegere klanten, de Vikingen, zijn vervolgens op een zeer agressieve manier in de gaten gesprongen, die de verslagen Friezen in hun voormalige handelskolonies als York hadden achtergelaten.

Vlaamse schapen op Hollandse gorzen
Op de gorzen in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta werden schapen gezet, die de wol leverden, waar het handelsland Vlaanderen heel veel geld aan verdiende. En de polders bleken uitstekende landbouwgrond op te leveren. De door Vlaamse kolonisten aangerichte verbeteringen zorgden er wel voor dat de graven van Holland veel meer belangstelling kregen voor Zeeland en Voorne en het geld dat daar voor Vlaanderen werd verdiend. Dat de hardwerkende Vlamingen op uitnodiging van de toenmalige heer van Voorne (Hugo van Voorne) naar diens armlastige en zwaar verwaarloosde domein waren gekomen en zeer welwillend waren bejegend door graaf Dirk VII, vonden niet alle graven van Holland altijd even relevant. Zij hadden vooral oog voor het deel van de opbrengsten dat in de schatkist vloeide van hun Vlaamse familielid. Van zijn kant vond de graaf van Vlaanderen dat hij meer recht had op de door zijn onderdanen bedijkte en ingepolderde landerijen in Zeeland en Voorne dan een graaf van Holland, wiens collega's zich eerder niet hadden bekommerd om een stelletje moerassige eilanden, waarvan de Zeeuwse pas rond 1162 de naam Zeelandia kregen. Daarvoor werden ze aangeduid als maritima loca (vert: plekken aan zee). (De graafschappen Holland en Vlaanderen hebben van 1012 tot 1323 geregeld oorlog gevoerd om Midden-Zeeland.) De graaf van Vlaanderen had nog een andere claim op Zeeland: in een grijs verleden had een graaf van Vlaanderen Zeeland in leen gegeven aan zijn collega in Holland (het niet door Vlaanderen geclaimde deel was een leen van de koning/keizer van Duitsland). Bovendien was het de bedoeling dat Holland samen met Vlaanderen over Zeeland zou heersen. (Zo'n gedeeld bestuur heet een condominium.)
Wat je in leen geeft, kunnen je opvolgers ook weer terugeisen, vooral als de Hollanders zich niets van hun Vlaamse partners aantrekken, dacht men in Vlaanderen. 

Op het kaartje, dat de vermoedelijke situatie van rond 1100 weergeeft, staat op het nog uit één eiland bestaande Voorne, Goeree en Overflakkee de plaatsnaam Witla gevolgd door een vraagteken. Witla (ook wel: UUitle, Witle, Witlam en Wittham) was een welvarend handelsplaatsje, dat aan de Maasmond op het gecombineerde eiland Voorne (inclusief Goeree [omdat de punt bij Goeree westelijker in zee uitstak dan ter hoogte van de plaats Oostvoorne eeuwenlang West-Voorne/Westvoorn geheten; het huidige Overflakkee heette destijds Zuid-Voorne/Zuidvoorn]) moet hebben gelegen. Waar Witla precies heeft gelegen is niet bekend, omdat Witla in 836 of 837 door de Noormannen zou zijn vernield, waarna de resten in 839 bij een stormvloed zijn weggespoeld. Witla zou genoemd zijn naar en gelegen zijn geweest aan de Widele (ook wel: Wiedele en Wiedela), een zijtak van de Striene, een rond 1450 door menselijk ingrijpen van de kaart gevaagde rivier. dat Witla heeft bestaan is zeker. De plaats wordt in Vlaamse en Duitse archiefstukken genoemd. Ook heeft er een keizerlijk tol bij gelegen.

Volgens de website van de gemeente Brielle zou Witla of Witlam aan de monding van de huidige Bernisse hebben gelegen. De website claimt ook dat de Bernisse (of Burnisse en Bornisse) ook wel Widele werd genoemd. Andere bronnen claimen weer dat de Bernisse de monding van de Striene zou zijn geweest en dat de Widele als aftakking van de Striene onder Voorne door richting zee stroomde.

Op Goeree lagen en liggen het uit circa 900 daterende Oude Dorp/Ouddorp (circa 900) en Goedereede (= goede haven) waarvan de geschiedenis tot de Romeinse tijd teruggaat.

Het huidige Voorne (destijds Oost-Voorne, niet te verwarren met de plaats Oostvoorne) is in 1216 losgebroken van de landmassa van West- en Zuidvoorne. Dat was het gevolg van een stormvloed die een groot gat sloeg in de duinenrij. Op die plaats ontstond in de veengrond een geul die steeds breder, dieper en langer werd. Na verloop van tijd was de geul veranderd in een machtige zeearm die de naam Flakkee kreeg (omdat je van het oude eiland Voorne over de Flakkee naar Zuidvoorne moest, kreeg dat eiland op een gegeven moment de naam Overflakkee). Goeree (Westvoorne) en Overflakkee (Zuidvoorne) werden overigens pas in 1751 weer met elkaar verbonden door middel van de in opdracht van de Staten Van Holland gebouwde Statendam.

Hoewel 19e eeuwse historici er vaak vanuit gaan, dat Den Ouden Briel (ook wel: Oudenbriel), de voorloper van het huidige Den Briel (Brielle), al in de 9e eeuw bij een stormvloed in zee zou zijn verdwenen, zou het De STEEG niets verbazen als Oudenbriel (dat wellicht meer dan één naam droeg) het slachtoffer is geworden van de ramp van 1216. Het is niet meer dan logisch dat eventueel in Oudenbriel bijgehouden archieven de vernietiging van de stad niet hebben overleefd. 
Over het 'nieuwe' Den Briel in archieven alleen stukken zijn te vinden die uit de tweede helft van de 13e eeuw dateren. Maar in die tweede helft van de 13e eeuw was het nieuwe Den Briel wel de hoofdstad van het land van Voorne. Terwijl Den Briel in 1285 al belangrijk genoeg was om door de koning van Engeland als stad te worden bestempeld.

Waren Den Ouden Briel en Witla dezelfde plaats? (Hoogstwaarschijnlijk niet)

Hedendaagse auteurs gaan er meestal vanuit, dat de de voorganger van Den Briel, De Oude Briel, tijdens een stormvloed door de zee zou zijn verzwolgen. In het midden van de 19e eeuw werd aangenomen, dat de handelsstad Witla (onder meer ook wel gespeld als Witlam, Widlam, Widelham en Wittham) niet op de noordelijke oever van het gecombineerde eiland Voorne (inclusief Goeree en Overflakkee), maar ter hoogte van Goedereede zou hebben gelegen, op anderhalf uur gaans van het toen nog onbeduidende vissersdorpje, dat nadat men aan de bouw van het huidige Den Briel was begonnen automatisch als Den Ouden Briel zou worden aangeduid. 

W. Plokker verdacht Denen en Noormannen ervan, dat ze, na de vernietiging van Witla, naar elders zijn vertrokken en daarbij "een spoor van moord en verwoesting" hebben achtergelaten. Om deze stads-schoolonderwijzer en historicus te citeren: "Het is meer dan waarschijnlijk, dat deze ruwe volken, die niets verschoonden, ook den Ouden Briel, hoewel veel minder dan eerstgenoemde plaats (Witla), hetzelfde lot deden ondergaan (in het jaar 836 of 837, 'De STEEG')." 

Wat na de plundering resteerde van het vissersdorp Den Ouden Briel zou in of na 860 in zee zijn verdwenen door "een' hoogen vloed" of als gevolg van een uitgebreid beschreven proces, dat kan worden samengevat met de zeer actuele term 'stijging van de zeespiegel'. Tijdgenoten van Plokker hielden er (in tegenstelling tot Plokker) ernstig rekening mee, dat het legendarische, eerst door de Noormannen geplunderde en vervolgens door een vloedgolf vernietigde Witla/Witlam/Widlam/Widelham (klik hier voor informatie over de betekenis van deze naam)/Wittham/(op Goeree: Den Ouden Waerelt) etcetera en het niet minder legendarische Oudenbriel gewoon één en dezelfde plaats zijn geweest. Zouden deze theorieën kloppen, dan is Den Briel enkele eeuwen ouder dan de archieven doen vermoeden; ook al zou deze naam voor het eerst worden aangetroffen in een uit 1280 daterend archiefstuk.

Het ziet het ernaar uit, dat de theorie, dat Witla en Den Ouden Briel (Oudenbriel) één en dezelfde plaats zouden zijn geweest gewoon niet klopt; op een 19e eeuws verzinsel berust. Anderzijds toont recent archeologisch onderzoek aan dat Den Briel eeuwen ouder moet zijn dan tot voor kort werd gedacht.

De STEEG vindt het niet meer dan logisch, dat een legendarische plaats, waarvan de naam door middeleeuwse monniken ook als Widelham is aangeduid, in de buurt van Geervliet, aan de Widele heeft gelegen. Dus aan de ooit voor de scheepvaart belangrijke rivier, waarvan de restanten nu de naam Bernisse dragen.

In de zeer kloeke foliant Boerderijen en hun Bewoners van Voorne-Putten, Rozenburg en de Welplaat staat een kaart van Voorne-Putten rond het jaar 1300. De plaats Maarland ligt op de oostelijke rand van de polder Klein-Oosterland. Vlak daaronder ligt Den Briel in het uiterste oosten van de polder Groot-Oosterland. Maarland en Den Briel liggen op het dijklichaam dat nu binnen de vesting Voorstraat en Nobelstraat vormt.

Boven Klein-Oosterland ligt een aan de Maasmond (Masamuda) grenzend en vermoedelijk door een zeedijk beschermd gebied dat voor het gemak ook al wordt aangeduid met de naam Maarland. In het uiterste westen van dat gebied is een plaats getekend die Oudenbriel heet (een naam die, net als de naam van Den Briel, voor het eerst is aangetroffen in het uit 1280 daterende archiefstuk.

Ten westen van Groot-Oosterland ligt de polder Gouthoek. Daarin ligt de plaats Fornhe, waarvan de naam op een gegeven moment is veranderd in de oorspronkelijke naam van het hele eiland Voorne: Oostvoorne.

Ten westen van Oudenbriel, Gouthoek, Groot-Oosterland en Klein-Oosterland ligt een van de oudste droge plekken van Voorne, de door een duinrand beschermde Heveringen. 

Mysterieuze bakstenen in een middeleeuwse muur

Het moet in het jaar 2007 zijn geweest, dat de in 2013 op gezegende leeftijd overleden auteur en uitgever van standaardwerken over de geschiedenis van Voorne in het algemeen  en Brielle in het bijzonder annex voormalig gemeente-archivaris te Brielle, J. Klok, op aanraden van zijn bijzonder in de geschiedenis van Den Briel en Zwartewaal geïnteresseerde  zakenpartner, de heer A. van Hulst, een blik ging werpen op een oude muur, waarin nagels (spijkers) waren aangetroffen, die door een spijkerspecialist waren gedateerd als op z'n laatst midden 14e eeuw, maar mogelijk één tot twee eeuwen ouder. 

De heer Klok interesseerde zich totaal niet voor de leeftijd van de spijkers. Veel belangwekkender vond hij een aantal qua kleur en formaat bij de rest afstekende bakstenen. Als over de geschiedenis van Den Briel schrijvende archivaris, had de heer Klok een uitgebreide studie gemaakt van de bij de bouw van de stad gebruikte bak- en natuurstenen. Hoewel hij vond, dat een deskundige op het gebied van bakstenen zijn opvatting zou moeten bevestigen, was de voormalige gemeente-archivaris van mening, dat de afwijkende stenen ouder zijn dan de bij de bouw van de Sint-Catherijnekerk gebruikte bakstenen. 

Recht tegenover de muur met de mysterieuze bakstenen staat de muur van een gebouw (een voormalige 'korenkas' [= graanpakhuis]), dat uit 1340 dateert en daarmee één van de oudste gebouwen van Den Briel is. Deze stokoude muur was voor de heer Klok minder interessant dan zijn 'overbuurman'. 

Veel van de in het oude Den Briel gebruikte bakstenen zijn afkomstig van de steenoven, waaraan de Oostvoornse straatnamen Tichelarijweg en Steenoven herinneren. Weg en straat liggen overigens niet toevallig weerszijden van de Kleidijk, op een steenworp afstand van de ruïne van het Hof van Voorne (de op korte afstand van het bestuurlijk hart van hun suzereine rijk gelegen zomerresidentie van de Heeren van Voorne, waar ook de investituur ['inhuldiging'] van de Heeren en Vrouwen van Voorne plaatsvond). KLIK HIER
Normaliter werd zo'n Motte-kasteel eerst van hout opgetrokken, maar de Oostvoornse burcht (die in de Middeleeuwen overigens een tijdlang in het stadswapen van Den Briel heeft geprijkt) is rond 1200 waarschijnlijk direct gebouwd van van ter plekke gedolven klei in een vlak naast de bouwplaats geplaatste steenoven gebakken bakstenen. De Oostvoornse burcht moest als vervanger dienen van het stamslot in Poortvliet, dat kort daarvoor bij oorlogshandelingen was verwoest.

De Brielse residentie van de Heeren van Voorne is zijn bestaan begonnen als de Heerenhof; een versterkte boerderij, die in het bezit was van het met het huis van Voorne verwante huis van Maerlant.

Uitgaande van de opvatting, dat Den Briel in de 13e eeuw zou zijn gesticht (kort nadat Den Ouden Briel door de Noordzee zou zijn verzwolgen), sprak de heer Klok het vermoeden uit, dat de primitieve bakstenen niet in de Rijndelta zouden zijn gebakken, maar in de buurt van één van de havenplaatsen, waar Den Ouden Briel contact mee heeft gehad. Hij kon voor die afwijkende herkomst maar één verklaring verzinnen. Nadat Den Ouden Briel door de zee was verzwolgen bleven de restanten, door de veel lagere zeespiegel, die destijds voor de Noordzee gangbaar was, bij een extreem lage waterstand eeuwenlang zichtbaar en bereikbaar. 

Hoewel het merendeel van de gebouwen van Den Ouden Briel uit hout zal hebben bestaan, zal een havenplaats in de Hoge Middeleeuwen een aantal stenen panden hebben geteld, die zijn gebouwd met de bakstenen, die schepen als ballast meevoerden. De baksteenarchitectuur was na de Romeinse tijd tot de 12e eeuw overigens min of meer in het vergeetboek geraakte. Pas met ingang van die eeuw (volgens veel historici de eeuw waarin Den Ouden Briel werd verzwolgen) voeren er weer kapiteins rond, die, als hun schip in een havenstad helemaal met koopwaar kon worden gevuld, de ballast ter plekke verkochten aan mensen met bouwplannen.

Op het continent was baksteen in de Middeleeuwen een kostbaar materiaal. Oud-archivaris Klok was bekend met theorie, dat de bewoners van het nieuwe Den Briel bij extreem laag water naar Den Ouden Briel zouden zijn gegaan, om daar bruikbaar bouwmateriaal vandaan te halen.Maar tot de (via Jan van Gent [1340 - 1399]) onder meer met Vlaamse roots gezegende Tudors in 1485 aan de macht kwamen, zagen de Engelsen baksteen als een inferieur materiaal, dat vrijwel alleen als scheepsballast geschikt was.*
Schotse bouwers zouden pas in de 17e eeuw enthousiast raken over het bouwmateriaal. Vanwege de Schotse minachting voor bakstenen gebruikten schepen, die tussen Nederlandse en Schotse havens voeren, vaak Nederlandse dakpannen als ballast. Onder meer dankzij de handel in Schotse kolen, zijn, vooral in de omgeving van Edinburgh, veel Schotse huizen aan een Hollands dak gekomen. 

Op onderstaande foto's ziet u de middeleeuwse muur, met de van vóór 1350 daterende nagels en de mysterieuze bakstenen. 



















* Voorne en de Wars of the Roses

Medio 2013 is de 'baksteenkwestie' weer helemaal actueel, dankzij de BBC-serie 'The White Queen'. Deze serie speelt zich af tijdens de van 1455 tot 1485 durende 'Wars of the Roses'. Tijdens deze officieel 32 jaar durende burgeroorlog (waarin, volgens de Britse historica Dr. Lucy Worsley, slechts zo'n 13 weken zou zijn gevochten) vochten het huis York (met in het wapen een witte roos) en het huis Lancaster (in het wapen een rode roos) om de Engelse kroon, waarna een telg van het concurrerende huis Tudor (een ambitieuze zijtak van de Lancasters) de troon besteeg om als Henry VII welgemoed paleizen en kastelen te bouwen van door zijn voorgangers versmade bakstenen. In de in België gefilmde tv-serie wonen die voorgangers echter al in paleizen en kastelen van baksteen. En zo'n kapitale fout valt niet goed bij de Britse kijkers. Die kijkers winden zich er inmiddels ook over op, dat Britse beeldbuis een kuise versie vertoont, terwijl het Amerikaanse pay-per-view-publiek wordt vergast op veel gratuit naakt en seks. Overwinnaar Henry Tudor was overigens een pragmatist. Nadat hij de oorlog had gewonnen, trouwde hij met een dochter van koning Edward IV en verving hij het wilde zwijn in zijn wapen door een rode roos met een wit hart.

De in Engeland uitgevochten 'War of the Roses' moet ook voor Den Briel gevolgen hebben gehad. Het suzereine Voorne werd de laatste 8 jaren van die Engelse oorlog geregeerd door de Engelse prinses Margaretha van York. En na de val van haar Engelse familieleden, regeerde ze als zus van de voormalige koningen Edward IV en (de onder het Tudor-bewind op schandelijke wijze zwart gemaakte [KLIK]) Richard III, als aangetrouwde tante en schoonmoeder van de nieuwe Tudor koning, vanuit Mechelen (Vlaanderen) door over Voorne (en haar andere persoonlijke bezittingen)..
In 1483 heeft Margaretha van York in Den Briel een Clarissenklooster gesticht. Margaretha zou in 1485 ook de stichting hebben geregeld van het Brigittenklooster (waarvan nu alleen een poortje schuin tegenover de Catherijnetoren resteert). Bij die gelegenheid verzocht ze de paus toestemming voor de stichting te geven, omdat ze, de voormalige hertogin van Bourgondië en stiefmoeder van de huidige hertogin, de volle medewerking had verkregen van Bisschop David van Bourgondië. What's in a name!


Margaretha van York regeerde van 1477 tot 1504, als laatste (echt regerende) 'Vrouwe van Voorne'. Ze had de titel overigens geërfd van haar man, Karel de Stoute, hertog van Bourgondië, graaf van Holland enz.. 

Uitgerekend dankzij keizer Maximiliaan I, de echtgenoot van haar als gravin over Holland regerende stiefdochter, zagen de met meer macht dan een van hun voorgangers sinds het uitsterven van het Huis van Voorne ooit had bekleed gezegende Margaretha en haar stiefdochter een deel van hun Voornse macht wegsijpelen naar het gemeentebestuur van Den Briel...

De omstreden leeftijd van de Voornse polders

De naam Oostvoorne wordt voor het eerst rond 1100 genoemd, Rockanje een eeuw later en de naam van het huidige Den Briel (dat op kaarten heel lang als een eiland in een zeearm wordt afgebeeld) valt voor het eerst in 1257 (van het logischer wijs gesproken voor dat jaartal in zee verdwenen Den Ouden Briel zijn alleen verwijzingen te vinden die van na 1257 dateren). Er is lang vanuit gegaan, dat de eerste polders tussen de bewoonde eilandjes in de 12e eeuw zouden zijn aangelegd. Maar volgens een recente theorie van een plaatselijk historicus zou van inpoldering pas rond 1300 sprake zijn geweest.
Den Briel lag oorspronkelijk aan de bij stukjes en beetjes aan ingepolderde veenstroom (rivier in veengebied) De Goote. De groei van het veenpakket zou overigens rond 1500 voor Chr. zijn gestopt. Van de oude rivier resteren buiten de vesting het Spui en daarbinnen het Zuidspui. De 18e eeuwse panden op het langs het Zuidspui gelegen Scharloo en Slagveld zijn overigens op in de Goote gelegen schorren (KLIK HIER) gebouwd.

De door een fusie gevormde gemeente Bernisse (die in 2015 is opgeslokt door grote buurman Spijkenisse) is vernoemd naar een andere rivier die het eiland Voorne doorkruiste. In feite bestond de Bernisse uit een bevaarbare verzameling grotere en kleinere kreken. Aan de in de Middeleeuwen zo belangrijke scheepvaartroute herinnert nu een 7 kilometer lange uitgegraven rivierloop in het recreatieschap Bernisse. 
Tolheffing op de Bernisse bij Geervliet door graaf Floris III van Holland vormde in 1166/67 aanleiding voor de zoveelste oorlog tussen Holland en Vlaanderen. De tol die schippers bij Geervliet dienden op te hoesten besloeg 5% van de (door de tolgaarders geschatte) waarde van de lading van het schip.

Het 'oereiland' van Voorne

Rond het jaar 700 zou het eiland Voorne een veel grotere landmassa hebben beslagen, dan nu het geval is. Voorne bestreek toen Voorne-Putten, het grootste deel van Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland, een deel van Tholen en eilanden en rivier- en zeearmen die daar tussen liggen. Voor de goede orde, wat nu water is, was rond 700 meestal land. De landmassa's van Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee zaten gewoon aan elkaar vast tot het Haringvliet rond 1214 na Chr. ontstond als gevolg van zware stormen en overstromingen. Rond 700 werd het Land van Voorne in het Noorden begrensd door de Maas en in het Zuiden door de Oosterschelde.
Het 'oereiland' van Voorne, dat de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden alsmede de daar tussen gelegen wateren besloeg, wordt geassocieerd met de door de Romeinen bestuurde 'pagus Scandia'; die in het oud-Nederlands als de 'gouw Scandia' werd aangeduid. Het woord Scandia staat hierbij voor de Schelde (KLIK).

Dat er vóór het ontstaan van de 'Wadden-Delta' een veel groter Voorne heeft bestaan, kan verklaren, hoe het mogelijk is, dat archeologen in Vierpolders (gemeente Brielle) een 18 eeuwen oude Romeinse boerderij hebben ontdekt, die ook als een soort belastingkantoor zou hebben gefungeerd, waar boeren een deel van hun oogst hebben moeten inleveren. Het mag duidelijk zijn, dat dergelijke kantoren alleen werden gevestigd in een gebied, waar op enige schaal landbouw werd bedreven. Vierpolders, waar de Romeinen al 18 eeuwen geleden belasting hieven van boeren, bestaat uit 4 polders, die tussen 1200 en 1415 na Chr. zijn drooggemaakt.

Gezien de oppervlakte van de nog altijd onder water staande delen van het Land van Voorne, zullen er heel wat dorpen en stadjes het lot hebben gedeeld van Brogilo (de waarschijnlijk door Kelten gestichte voorganger van Den Briel) en ten gevolge van de Deltavorming onder water zijn verdwenen. De naam Putten in Voorne-Putten herinnert aan een tijdens de beruchte Elizabethsvloed 
(19 november 1421 - denk aan het verhaal van Kinderdijk) verzwolgen plaatsje.

Toen het Land van Voorne nog bestond, was er min of meer sprake van 2 Delta's: de Schelde-Delta (voornamelijk bestaand uit Wester- en Oosterschelde) en de Rijn-Maas-Delta (zuidgrens: Brielse Maas; Noordgrens: Rijn bij Katwijk). Schelde en Maas waren overigens onderling verbonden via de Striene, een brede rivier die vanaf Tholen achter het Land van Voorne langs naar de Maas liep en als gevolg van de rampzalige (tweede) Sint- Elisabethsvloed  is verdwenen. De Elisabethsvloed heeft ons wel weer de Biesbosch gegeven.

De vroegste bewoners van Voorne-Putten

Aan de hand van op 65 meter diepte aangetroffen bodemvondsten kan worden vastgesteld, dat 2 miljoen jaar geleden rond Den Briel wilde druiven groeiden. En dat de streek zo'n 10.000 jaar geleden werd bezocht door jagers, verzamelaars en vissers. 5000 jaar geleden zouden de eerste 'tijdelijke' bewoners zich op Voorne-Putten vestigen. Nomaden die weer vertrokken als hun woonplek uitgeput was of er een aantrekkelijker plek was gevonden om te gaan wonen. De vaste bewoners, die van 500 tot het jaar 50 voor Chr. op Voorne-Putten woonden, hebben sporen nagelaten in de vorm van resten van boerderijen. Tot de derde eeuw zijn sporen van redelijk intensieve agrarische activiteiten achtergelaten. Maar van de derde tot de negende eeuw was het gebied nagenoeg onbewoonbaar. Verbeterde methoden tot afwatering hadden het veen laten inklinken en tot bodemdaling geleid. De door de afwatering veroorzaakte bodemdaling zorgde ervoor dat het steeds moeilijker werd om de zee op afstand te houden. 

Er wordt overigens rekening mee gehouden, dat de buiten Den Briel op 17 meter diepte aangetroffen (verkoolde resten van) gerst en tarwe niet ter plekke zijn gekweekt, maar van elders geïmporteerd. Als het waar is dat deze granen zijn geïmporteerd, was er dus ook al sprake van graanhandelaren.

Het Huis van Voorne

De voor het verhaal van Den Briel belangrijke heren en van Voorne (die heel goed een vrouw konden zijn) werden ingezegend in de poort van hun burcht Oostvoorne (waarvan de ruïne nog altijd in het dorp is te vinden). Hoewel formeel slechts begiftigd met de lagere titel heer, mochten ze zich graaf van Voorne noemen. Als graaf van Voorne heersten ze over een groot deel van de Zuid-Hollandse Eilanden.
De heren en vrouwen uit het Huis van Voorne regeerden suzerein, dat wil zeggen: zonder daarbij lastig te worden gevallen door hun leenheer, de graaf van Holland. Maar daar kwam in 1337 met de dood van Gerard van Voorne de klad in, toen het geslacht van Voorne in mannelijke lijn uitstierf. (De na Gerard regerende vrouwen uit het Huis van Voorne, Machteld en Janne, dochter resp. kleindochter van Gerard, worden niet als echte 'Heeren van Voorne' beschouwd.)

Vanuit hun burcht in het plaatsje Maerlant (dat in 1330 fuseerde met de naaste buren en verder ging onder de naam Den Bryelle) heersten de heren uit het huis van Voorne als burggraaf over Zeeland. (In de Nederland is burggraaf geen adellijke titel, maar een met de benaming 'stadhouder' vergelijkbare  functieaanduiding voor de plaatsvervanger van een elders aanwezige heerser. De gewoonlijk in een burcht gevestigde burggraaf heerste namens de echte graaf over een deel van diens onderdanen en bezittingen. In de Belgie is burggraaf overigens wel een erfelijke adellijke titel geworden. Zo is prinses Beatrix burggravin van Antwerpen.)

In 1323 jaar heeft Vlaanderen bij de tussen Henegouwen en Vlaanderen gesloten Vrede van Parijs afstand gedaan van geregeld in oorlogen bevochten rechten op Zeeland ten westen van de Schelde; een gebied dat in 1128 als leen van Vlaanderen aan de graaf van Holland was toegewezen. Daarbij moet worden aangetekend, dat de graaf van Holland bij het verdrag van Parijs automatisch een graaf van Zeeland moest dulden, die ook al graaf van Henegouwen was.

Waarschijnlijk heeft het Huis van Voorne vooral als burggraaf over Zeeland geregeerd om de allebei op Zeeland azende graven van Holland en Vlaanderen uit elkaars haren te houden. Die aanpak werkte vermoedelijk het best, wanneer de graaf van Vlaanderen bereid was om te veinzen, dat de heer van Voorne zijn leenman zou zijn. In goede tijden werd Zeeland als een condominium beschouwd; een zeldzame staatsvorm, waarbij een gebied wordt gedeeld door meerdere staten.

De suzereine Heeren van Voorne hebben hun in de praktijk soevereine macht kunnen verworven, omdat ze moesten voorkomen dat de graven van Holland en Vlaanderen elkaar in de haren vlogen over de vraag bij welk graafschap Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden zouden horen. De status quo bestond min of meer bij de gratie van het feit, dat het Huis van Voorne zowel aan het Huis van Holland als aan het Huis van Vlaanderen verwant zou zijn. Toch was de eerste namens Holland en/of Vlaanderen regerende Heer van Voorne, een zekere Dirk Pelgrim die in 1141 werd aangesteld, de jongste zoon van Dirk VI van Holland. Het is mogelijk dat genoemde Pelgrim niet de eerste maar de oudst bekende heer van Voorne is geweest (andere bronnen noemen een Hugo III als eerste heer van Voorne). Het is echter wel zeker, dat hij de stamvader is van het over een groot deel van de Zuid-Hollandse Eilanden en Zeeland regerende Huis van Voorne.

De tussen Holland en Vlaanderen heersende problemen over het eilandenrijk in de Schelde-Maas-Rijn-Delta zouden op den duur automatisch verdwijnen als gevolg van een sluwe reeks dynastieke huwelijken en af en toe een tactische oorlog. Omdat de graaf van Vlaanderen, de graaf van Zeeland, de graaf van Holland en de heer van Voorne één en dezelfde persoon bestond er geen enkele noodzaak meer om de Voornse eilanden Oostvoorne (het huidige Voorne), Westvoorne (Goeree), Zuidvoorne (Overflakkee) en Bommenede (een voormalige eiland dat sinds 1687 deel uitmaakt van het Zeeuwse eiland Schouwen) aan te duiden als 'Antiqua Zelandia'. Deze Oud Zeeland betekenende benaming staat in een akte uit 1290. 
De Zeeuwse eilanden dragen echter pas sinds 1200 de naam Zeeland. Tussen Cadzand en Greveningen lag voordat de benaming Zeeland in zwang kwam het Scaldemarilant (Scaldi verwijst naar de Schelde en mari is een verbastering van mare, een woord dat water, maar ook zee betekent).
Antiqua Zelandia werd voordat men het noodzakelijk achtte om in een keur te benadrukken, dat Holland en Voorne niets met elkaar te maken hadden, aangeduid als Sunnonmeriland of Sonnemareland. Dat land is genoemd naar de rivier Sonnemere a.k.a. Sonnemare, die het Voornse eiland Bommenede scheidde van de overige eilanden. (De op het voormalige eiland Bommenede gelegen gemeente Nieuw-Bommenede is in 1866 toegevoegd aan de Schouwense gemeente Zonnemaire (nu gemeente Brouwershaven).

In 1372 was Voorne al meer Hollands dan Vlaams geworden door een personele unie met Holland, nadat het Huis van Voorne was uitgestorven. In 1433 verdween de noodzaak tot een machtige, neutrale buffer tussen Vlaanderen en Holland helemaal. Graaf Filips de Goede van Vlaanderen werd in dat jaar ook graaf van Holland. De titel heer van Voorne werd niet afgeschaft (dat gebeurde pas tijdens de 80-jarige oorlog, toen de heer van Voorne Philips II van Spanje heette). Maar veel van de macht werd overgenomen door het gemeentebestuur van Den Briel en de baljuw van Voorne (een ambtenaar die de regerende vorst vertegenwoordigde in landelijke gebieden en afgelegen steden). Desondanks is er ook een periode geweest, waarin Voorne en haar hoofdstad Brielle met straffe hand werden geregeerd vanuit het verre Mechelen, door een uit een Engels koningshuis afkomstige vrouwe van Voorne.

In 1482 waren zowel Holland als Vlaanderen aan Filips de Schone toegevallen; in beide gevallen de eerste graaf uit het Huis Habsburg. Hij was de vader respectievelijk grootvader van Karel V en Filips II. Deze heersers hadden wel heel sterk de neiging om hun rijk 'centraal aan te sturen'. Karel V deed dat vanuit Brussel; Filips vanuit Madrid en (door middel van landvoogden en stadhouders [plaatsvervangers]) Brussel. In 1559 benoemde de koning van Spanje, Heer der Nederlanden (want onder meer hertog van Brabant, graaf van Zeeland, graaf van Holland, graaf van Vlaanderen, graaf van Henegouwen, heer van Voorne), ene Willem van Oranje tot stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, West-Friesland en Voorne. Voorne werd dus duidelijk nog altijd niet helemaal als helemaal Hollands beschouwd.

Gelre (Gelderland) viel na de zoveelste oorlog pas in 1543 in handen van de Habsburgers. Groningen, dat een tijdlang met Gelre verbonden was geweest, onderwierp zich 2 jaar later vrijwillig aan het bewind van keizer Karel V.

De landen van de heerlijkheid Putten

De oorspronkelijke kern van de heerlijkheid Putten (waarvan we de naam terugvinden in die van het eiland Voorne-Putten) lag in de de polders die als de ring van Putten worden aangeduid: de de polders Putten, Geervliet, Biert, Simonshaven, Spijkenisse, Brabant, Vriesland en Hekelingen. Op het huidige Voorne-Putten kwamen daar later ook nog wat polders en Zuidland bij. 
De heerlijkheid telde ook gebieden die niet op het huidige Voorne-Putten lagen. Zo was er een Putten-over-het-Spui: Piershil, Korendijk/Goudswaard in de Hoeksche Waard. 
Op delen van het tot in de 19e eeuw als Westvoorne aangeduide 'Andere Eiland' (= Goeree-Overflakkee) die niet tot het rijk van de naburige heren van Voorne behoorden lagen de volgende Puttense enclaves: Ooltgensplaat, Den Bommel, Stad aan 't Haringvliet en Middelharnis (het vroegere Sint-Michiel in Putten).
Op het eiland IJsselmonde lagen de landen van Putten-over-de-Maas: Poortugaal (gemeente Albrandswaard), Hoogvliet, Pernis, Charlois en Katendrecht (de 4 laatstgenoemde plaatsen maken deel uit van Rotterdam-Zuid). 
Ook de Brabantse gemeenten Klundert en Zevenbergen hebben ooit tot de landen van Putten behoort. 

De heerlijkheid Putten werd vanaf 1304 vanuit Geervliet bestuurd. Men zou dus kunnen zeggen dat Geervliet de historische hoofdstad van Putten is.

Het destijds over Putten regerende huis zou overigens afstammen van een Noorse Viking, die zich in de 10e eeuw graaf van Neder-Maasland noemde. Aangezien de eerste heerser uit het geslacht van Voorne zich pas in 1108 manifesteert (maar heel verwarrend de titel en naam graaf Hugo III draagt) zal deze Noorman misschien ook wel over (delen van) het land van Voorne hebben geregeerd.

Voorne-Putten in Zeeland?

De zoveel eeuwen geleden gesloten Vrede van Parijs wil nog niet zeggen, dat de Zuid-Hollandse Eilanden nu helemaal veilig zijn. Enkele jaren geleden gingen er onder Zeeuwse politici stemmen op om de historische situatie te herstellen en de Zuid-Hollandse Eilanden op vreedzame wijze te annexeren. Op een officiële Zeeuwse website verschenen zelfs foto's van het "typisch Zeeuwse havenstadje Brielle". In de Zeeuwse provinciehoofdstad was men kennelijk even vergeten, dat delen van de huidige provincie Zeeland in de Middeleeuwen wel formeel vanaf de Maerlantse burcht in Den Bryelle zijn bestuurd, maar Den Briel/Brielle, de hoofdstad van het eilandenrijk van de heren van Voorne, toch echt nooit vanuit 'Mitthelburgensis portus'.

Om de zaak ten aanzien van een Zeeuwse claim op de Zuid-Hollandse Eilanden te compliceren, stamt de familie van Voorne niet van het eiland Voorne-Putten of Westvoorne (Overflakkee), maar uit Poortvliet, dat nu weliswaar op een Zeeuws eiland ligt, maar voordat de bezittingen van de van Voornes door allerhande natuurrampen in een soort Waddenzee veranderden, deel uitmaakte van dat ene grote eiland Voorne, dat oorspronkelijk noch van Zeeland, noch van Holland was, omdat deze graafschappen zijn gesticht rond 1100 resp. in 1012 (en toen door een Vlaamse graaf werd bestuurd). De historische werkelijkheid dicteert, dat de Zuid-Hollandse Eilanden nooit van Zeeland zijn geweest, zoals sommige Zeeuwse politici hardnekkig blijven denken.

Bij de aanstelling van Willem van Oranje als stadhouder heeft de koning van Spanje korte metten gemaakt met door Zeeuwse politici gekoesterde imperialistische aspiraties. De latere leider van de opstand tegen het Spaanse bewind werd werd in 1559 namelijk benoemd tot stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, West-Friesland en Voorne. Voorne werd dus niet alleen in één adem genoemd met machtige provincies. Door Voorne apart te noemen, bevestigde koning Filips II de oude 'status aparte'. Voorne maakte bestuurlijk geen deel uit van Holland of Zeeland.

Met deze correctie wil 'De STEEG' niet zeggen, dat het geen goed idee zou zijn om tijdens een vakantie de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Eilanden te combineren. En daarbij ook de oude hoofdstad van de heren van Voorne te bezoeken.

Gemeenten en steden op Voorne-Putten

Het kabinet Rutte II wenst in de toekomst alleen nog gemeenten van minimaal 100.000 inwoners. Sinds de vorige gemeentelijke herindeling  telt Voorne-Putten de volgende uit dorpen, gehuchten en/of steden gevormde gemeenten: Bernisse, Brielle, Hellevoetsluis, Spijkenisse en Westvoorne. 

Het als door het rijk aangewezen groeikern vroeger zwaar gesubsidieerde Spijkenisse en de plattelandsgemeente Bernisse zullen op 1 januari 2015 fuseren en dan een nieuwe naam krijgen. Vooral onder de bewoners van de Bernisser kernen leeft veel weerzin tegen deze niet uit liefde, maar uit wederzijdse armoede voortvloeiende fusie van de gemeenten ten oosten van het kanaal door Voorne. De politiek lijkt de voorkeur te geven aan de nieuwe naam Nissewaard (die door tegenstanders van de fusie als Nikswaard wordt uitgesproken). De fusiegemeente zal in ieder geval niet worden vernoemd naar het dorpje Westenrijck, dat vroeger aan een gelijknamig riviertje, in de buurt van Zuidland, op het grondgebied van de gemeente Bernisse lag. De politici konden er niet mee leven, dat plaaggeesten aan de voorgestelde naam Westenrijk het term Oostenarm toevoegden.

In het Westvoornse dorp Oostvoorne maken sommigen zich wijs, dat het dorp zo deftig is, dat het nooit en te nimmer een straat heeft geteld. KLIK HIER voor het bewijs van het tegendeel.

Westvoorne is in historisch opzicht trouwens een uiterst ongelukkige naam voor de uit Oostvoorne, Rockanje en Tinte bestaande fusiegemeente. Tot ver in de 19e eeuw droeg het eiland waarop Goedereede en Oudorp liggen de naam Westvoorn(e). Overflakkee, het oostelijk deel van Goeree-Overflakkee, noemde men Zuidvoorn(e). (De naam Overflakkee verwijst naar het water Flakkee, dat je vanaf Voorne-Putten per boot moest oversteken om Westvoorne te bereiken. Deze historische naam voor het water tussen de beneden mond van Spui en Goereese-Gat is allang verdrongen door Haringvliet; de naam die oorspronkelijk alleen voor de bovenmond van het water werd gebruikt.)

Hoewel de bestuurders van de erg openlijk naar nieuwe fusies strevende voormalige groeigemeenten Hellevoetsluis en Spijkenisse (en eind 2012 zelfs een wethouder van Westvoorne, die in het AD verontwaardigd aan de status van Den Briel morrelde) daar anders over denken, telt het eiland Voorne-Putten slechts twee andere steden: Geervliet (sinds 1381) en Heenvliet (sinds 1469). De gemeente Brielle is de enige gemeente op Voorne, waarvan het inwonertal anno 2014 groei vertoonde.

Het nog niet zolang geleden goedgevulde spaarbankboekje van de gemeente Brielle en de beoogde fusiegemeente ten westen van het Kanaal door Voorne

In juli 2013 schreef een van de plaatselijke huis-aan-huis-bladen, dat het bedrag op het spaarbankboekje van de gemeente Brielle enigszins was gekrompen tot 147 miljoen euro. Een som, waar de meeste gemeenten slechts van kunnen dromen. 

Onder politici heerst de opvatting, dat kleine gemeentes minder goed met hun geld en hun taken kunnen omgaan dan grote gemeentes. Vandaar, dat grote, maar armlastige broeder Hellevoetsluis (circa 39.111 inwoners) een waarnemend burgemeester heeft, die langer mag blijven waarnemen, om de mogelijkheid te onderzoeken van een fusie met de kleinere, maar wel wat rijkere gemeente Westvoorne (circa 13.859 inwoners) en het (vergeleken met de niet langer zwaar gesubsidieerde, voormalige groeikern Hellevoetsluis) schatrijke Brielle (circa 16.259 inwoners). 
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 hebben de partijen, die voor samenwerking, maar tegen een (afgedwongen) fusie zijn, opvallend goed gescoord. De op een fusie inzettende waarnemende burgemeester van Hellevoetsluis heeft daarop laten weten daar geen belemmering voor de onderlinge samenwerking in te zien.

(Als we registeraccountant Leo Verhoef [die als hobby jaarrekeningen van gemeenten controleert] mogen geloven, hebben de jaarrekeningen van Brielle over 2009, 2010, 2011 en 2012 dankzij kunst-en-vliegwerk een positief saldo gekregen. Over 2012 zou het tekort € 10.000.000 bedragen. De jaarrekening moet niet worden verward met het spaarbankboekje. En wat de gemeente Westvoorne betreft - als we de grootste en door de andere partijen uit de coalitie gehouden raadsfractie mogen geloven, is de financiële positie van die gemeente er ook heel wat slechter aan toe dan naar buiten wordt uitgedragen.)

UPDATE: in september 2014 las 'De STEEG', dat volgens de 'nieuwe' verantwoordelijke wethouder, een groot deel van de aan de beruchte woningcorporatie Vestia overgehouden miljoenen is uitgegeven aan nuttige projecten. Het restant moet de gemeente bij de Staat beleggen; tegen een door de Staat te bepalen lage rente. Brielle moet vanaf 2017 stevig bezuinigen. In dat jaar komt de stad een miljoen euro tekort. In 2021 zal het tekort oplopen tot 3 miljoen euro (terwijl de resterende Vestiamiljoenen onbereikbaar op een rekening staan). 
Op 10 november 2014 is de gemeente Brielle volgens een artikel in het AD er zo slecht aan toe, dat de plaatselijke VVD, volgens de kop boven een artikel, beducht is voor sluiting van het Brielse BREStheater. 
Wie het artikel leest, leest dat de VVD in de gemeenteraad met het bezuinigingsvoorstel is gekomen om het BREStheater te sluiten. Drie theaters in een straal van 15 kilometer op Voorne-Putten is volgens de fractieleider van de VVD teveel op het eiland Voorne-Putten. Het BREStheater is in 2008 geopend, als opvolger van het in 2005 gesloten, kleine, maar populaire theater De Goote. Zou het niet logisch zijn geweest als de VVD-fractie eerder aan de overbodigheid van het BRES-theater had gedacht. Maar wacht, wat zou de fractieleider van de VVD volgens het AD hebben gezegd? "We kunnen bijvoorbeeld door samen kritisch naar onze theatervoorzieningen te kijken met z'n allen het prachtige, nieuwe theater in Spijkenisse juist rendabeler maken."
Is de bereidwilligheid om het BREStheater de nek om te draaien een voorbeeld van intergemeentelijke samenwerking met een gemeente die een prachtig, maar veel te duur theater heeft gebouwd? Of draait de Brielse VVD richting fusie?

Rijk en provincie verwijzen graag naar het begrip 'bestuurskracht' als het gaat om door deze bestuurslagen gewenste gemeentelijke fusies af te dwingen. In oktober 2013 is de uitkomst van een onderzoek bekend gemaakt naar de bestuurskracht van de gemeentes Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. 
Alle gemeentes scoorden een voldoende als het op bestuurskracht aankomt. Als 'netwerkpartner' scoorde Westvoorne matig tot voldoende. Uitgerekend de grootste gemeente, die de andere netwerkpartners graag wil opslokken, blijkt zich als netwerkpartner ten opzichte van Brielle en Westvoorne tactloos te gedragen.

Hellevoetsluis is, net als de andere gemeente die uit armoede gaat fuseren, een voormalige groeikern. Zo noemde men van 1960 tot 1985 gemeentes, die in opdracht van het Rijk snel (en vaak ten koste van hun naaste buren) moesten groeien om de bevolkingsgroei van grote steden als Amsterdam en Rotterdam op te vangen. De Rotterdamse groeikernen Spijkenisse, Hellevoetsluis en Capelle aan den IJssel kregen, net als de overige groeikernen, van het Rijk meer financiële armslag dan de rest van de gemeentes. Maar vanaf 1988 werd het groeikernenbeleid afgebouwd en verdween de ene subsidie na de andere. 
Op een gegeven moment moesten de voormalige groeikernen zelf hun broek ophouden. Dat geldt ook voor Spijkenisse en Hellevoetsluis, die aan het begin van het groeikernenbeleid enkele honderden inwoners telden en zichzelf nu vaak, respectievelijk wel eens tot hoofdstad van het hele eiland dan wel het westelijk deel van Voorne-Putten bombarderen.

UPDATE: ten tijde van de laatste gemeenteraadsverkiezingen en in de eerste helft van 2014 was de meerderheid van de gemeenteraad van Westvoorne nog fel tegen een fusie met Hellevoetsluis en Brielle. In de tweede helft van 2014 zijn diezelfde politici officieel vóór.

Een onsympathieke reclamecampagne voor een nieuw stadshart

Het heeft de reputatie van Spijkenisse in 2012 overigens geen goed gedaan, dat de gemeente onder meer het tot grote tekorten leidende debacle van het 'betaald (kenteken)parkeren' deels heeft geprobeerd goed te maken, door, op uiterst onsympathieke wijze, bezoekers van de andere winkelcentra op het eiland te attenderen op het nieuwe, maar, mede doordat in de aanloop van het project de schatting van het aantal bezoekers vreselijk geflatteerd zouden zijn, voor de gemeente onverantwoord duur uitgevallen (winkel)centrum van de zelfverklaarde hoofdstad van het hele eiland Voorne-Putten.

Vergeleken met Hellevoetsluis hebben Westvoorne en Brielle hun financiële zaakjes over het algemeen redelijk op orde (al blijven er in beide gemeenten heel wat pijnpunten over). Het is daar niet nodig om als gemeente te proberen parkeergelden te heffen op parkeerplaatsen, die het eigendom zijn van ondernemers en bewoners van een winkelcentrum (zoals in Hellevoetsluis, niet voor het eerst, door de gemeente werd voorgesteld). 

Of zoals men, heel origineel, in Spijkenisse heeft gedaan: de door automobilisten al te hoog gevonden tarieven van het betaald parkeren te verhogen, omdat automobilisten het nieuwe centrum links laten liggen. En ondanks die verhoging, zou de gemeenteraad van Spijkenisse ermee akkoord zijn gegaan, dat, hoewel het parkeerbedrijf kostendekkend moet werken, de armlastige (fusie)gemeente tot 2025 tonnen zal moeten bijdragen aan de exploitatie van de door automobilisten gemeden parkeergarages.
In maart 2014 zijn alle partijen in de gemeenteraad van Spijkenisse, op de SP na, knarsetandend akkoord gegaan met de vierde prijsverhoging van de parkeertarieven in de chronisch zeer weinig gebruikte parkeergarages in twee jaar tijd. Hoewel het tarief niet met de voorgestelde 10 cent maar met 20 cent omhooggaat, hopen de voorstemmers wel, dat de tarieven snel weer kunnen worden verlaagd. (Men gaat er kennelijk vanuit, dat een hogere verhoging meer op dit moment onwillige parkeerders over de streek zal trekken.)
Hoewel het mede dankzij het door de politiek aangestuurde parkeerbeleid niet mee valt om in Spijkenisse een winkel te drijven, vindt men, dat de economische slachtoffers van het beleid hun klanten best een kortingskaartje voor de parkeergarage kunnen geven.

Voor Spijkenisse zou de Brielse bruidsschat overigens een druppel op de gloeiende plaat zijn. Eind 2012 bedroeg de gemeentelijke schuldenlast daar € 450.000.000,00, waarmee Voorne-Putten naast de op één na rijkste, ook de op één na armste gemeente van Nederland telde. Begin 2014 was de torenhoge schuld teruggebracht tot een indrukwekkende € 360.000.000,00, die onder meer is opgebouwd met leningen aan woningbouwcorporaties, de bouw van de eerder genoemde parkeergarages, een bibliotheek (die vooral ten doel heeft om Spijk City voor architectuurliefhebbers op de kaart te zetten) en een volgens critici veel te ambitieus en peperduur opgezet theater.     
Boze tongen zeggen, dat de onverantwoorde bouwwoede heeft plaatsgevonden ter meerdere eer en glorie van de voor de besluiten toenmalige bestuurders, die, vlak voor het uitbreken van de crisis, op gelijke voet wilden staan met hun collega's in Rotterdam.

UPDATE september 2014: Mede dankzij de hoge parkeertarieven is het stil in de voor ontzettend veel geld gebouwde, nieuwe Spijkenisser winkelstraten. Volgens het contract mag Saturn mag de vestiging kosteloos sluiten als 50% van de omliggende, gloednieuwe winkelruimte leegstaat. Saturn zegt dat dat zo is. Huisbaas 'Sectie 5' staat een kosteloos vertrek niet toe; heeft de rechter verzekerd, dat het leegstandspercentage ter plekke geen 50%, maar slechts 49,5% bedraagt.

GroenLinks-Statenlid Alfred Blokhuizen heeft het helemaal gehad met de leegstaande winkels in het gloednieuwe centrum van Spijk City. Hij wil de bestaande winkels concentreren in de Voorstraat, winkelcentrum De Kopspijker en de Stadhuispassage. In de huidige Saturn moet maar een gokhal komen, die net naast het nieuwe en dure theater grond heeft aangekocht. En de winkels in het nieuwe gedeelte van het centrum moeten maar tot woningen worden omgebouwd, waarvan de aanwas kan worden gecompenseerd door elders in Spijkenisse woningen te slopen. Het Statenlid is van mening, dat het Spijkenisser gemeentebestuur er goed aan zou doen om nu te erkennen, dat de (per 1 januari 2015 met Bernisse gefuseerde) gemeente failliet is geïnvesteerd.

Ondertussen zijn er goedgelovige Spijkenisers, die de aantrekkingskracht van de lege winkelstraten willen vergroten door de niet levensvatbare Saturn te vervangen door een vestiging van publiekstrekker Primax. Alsof Primax in november 2014 geen vestiging opent in het enkele Metrostations afstand gelegen Rotterdamse winkelcentrum Zuidplein (parkeertarief € 1 per 23 minuten of deel daarvan). 
Het ziet er naar uit dat de Primax niet doorgaat, maar in oktober 2014 doet het gemeentebestuur van Spijkenisse erg geheimzinnig over de in dames- en herenkleding handelende internationale textielketen, die de kelder van de zieltogende Saturn zou gaan betrekken. Zodra het contract is getekend horen we meer. Medio november 2014 staat vast, dat de rest van de voormalige Saturn als outlet zal worden geëxploiteerd, waar de tot het zelfde concern behorende ketens Saturn en Media Markt hun restanten zullen verkopen.

Laatste nieuws: Gemeentebestuur Spijkenisse komt eindelijk bij zinnen - parkeertarief wordt verlaagd!
Na jarenlang te hebben gedaan of de Spijkenisser winkeliers ten onrechte klaagden over lege winkelstraten als gevolg van te hoge parkeertarieven ging het gemeentebestuur in oktober 2014 door de bocht. Het parkeertarief wordt nog voor kerst 2014 verlaagd tot € 1 en als 'De STEEG' zich niet vergist is het zelfs de bedoeling, dat er in de toekomst per minuut kan worden afgerekend.

De kritiek op de qua rendement tegenvallende investeringen van het Spijkenisser gemeentebestuur zou onbedoeld de indruk kunnen wekken, dat de (kennelijk maar kortstondige) Brielse rijkdom niet vooral aan geluk is te danken. Immers, 9 van de 10 Nederlandse gemeenten zitten anno 2014 in de schulden. En dat had in Brielle ook zo kunnen zijn, als de gemeente niet, vlak voor het uitbreken van de kredietcrisis, het gemeentelijk woningbedrijf had kunnen verkopen aan woningcorporatie Vestia, die, een paar jaar geleden, als gevolg van derivatenhandel, over de kop dreigde te gaan.

Begin 2014 is er ter afsluiting van de viering van 300 jaar Brielse Wallen in Brielle ter gelegenheid van een duur symposium een duur afgewerkt boekje over de toekomst van de binnenstad verspreid: "Brielle - De toekomst van de {vesting}stad".
De belangrijkste van de creatieve geesten, die in het boekje over de toekomst van de Brielse vesting brainstormden, wilde de wallen symbolisch verplaatsen en de winkels uit de binnenstad verplaatsen naar de Thoelaverweg: naar een nieuw te bouwen centrum bij Jumbo en de toekomstige AH.
Even googlen en wat bleek? Minstens één van de creatieve geesten, die Brielle aan een nieuw centrum wilden helpen, was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het door leegstand geteisterde nieuwe Spijkenisser centrum.

'De STEEG' ziet de ontwikkelingen in de Spijkenisser winkelstraten overigens met lede ogen aan. De plaatselijke ondernemers verdienen een gemeentebestuur, dat de door de bouw van veel te veel parkeergarages veel te hoge parkeertarieven, niet denkt te kunnen compenseren door het verhogen van de parkeertarieven of de lasten van hardwerkende winkeliers. 

Den Briel: gratis parkeren

Tussen haakjes: in Den Briel luidt het devies 'gratis parkeren', al telt de stad meerdere, naar de kleur van de Parkeerschijf vernoemde blauwe zones, waar uw wagen van 10 tot 17 uur twee uur mag staan. Blauwe schijven zijn onder meer te koop bij de HEMA aan de Turfkade.

De Briel en de ongewenste middenstand rond de Hellevoetse sluis

Als het in 1630 aan de vroede vaderen van Den Briel had gelegen, zou Hellevoetsluis helemaal niet bestaan; althans niet met huizen en winkels. In dat jaar protesteerden de burgemeesters van Den Briel in Den Haag luid tegen de bouw van huizen en werven rond de spuikom van de Hellevoetse sluis. Een spuikom, die uitstekend geschikt was om als marinehaven te dienen. Het stadsbestuur wilde koste wat het kost voorkomen, dat zich in Hellevoetsluis een middenstand zou vestigen, die de belangen van hun Brielse collega's zou schaden. The rest is history. 

Waarbij moet worden aangetekend, dat het geregeld fluctuerende inwoneraantal van de stad Den Briel in de loop der eeuwen soms magertjes afstak bij die van het rond de marinehaven gelegen dorp Hellevoetsluis.

Weinig vertrouwenwekkende fusie-ervaringen van Rozenburg en 'Het Andere Eiland'

Niet alleen vanwege de staat van het Hellevoetsluise huishoudboekje, zitten veel inwoners en bestuurders van Westvoorne en Brielle niet te wachten op een zogenaamd vrijwillige fusie met de verarmde buurman. 

Deze critici hebben lering getrokken uit de fusie van het naburige Rozenburg en de (vergeleken bij de fusiepartner armlastige) gemeente Rotterdam. Ondanks spijkerharde toezeggingen, dat de 33 miljoen die de gemeente Rozenburg op de bank had staan, op het grondgebied van de voormalige gemeente Rozenburg en ten behoeve van de bewoners van de nieuwe deelgemeente Rozenburg zou worden besteed, kwam, vlak voor de fusie een feit werd, het bericht, dat dit voornemen niet zo erg hard gemaakt kon worden. (In Amsterdam heette een deelgemeente een stadsdeel.)
Een bij het maken van de afspraken totaal vergeten hogere wet schreef namelijk voor, dat de inhoud van het Rozenburgse spaarpotje naar rato verdeeld diende te worden over de hele, 'nieuwe' gemeente Rotterdam, inclusief Rozenburg. 
De voor de fusie redelijk in de slappe was zittende gemeente Rozenburg kreeg als deelgemeente van Rotterdam dan ook al snel te horen, dat er driftig moest worden bezuinigd en dat de plannetjes, waarvoor men 33 miljoen achter de hand had gedacht te hebben, voor een groot deel voorgoed de kast in konden. Voor de inwoners van de voormalige gemeente Rozenburg zijn de gemeentelijke lasten behoorlijk gestegen. 
Vlak voordat Rozenburg in 2014 als gevolg van de bij wet geregelde opheffing van deelgemeenten en stadsdelen voorgoed in een doodgewone Rotterdamse wijk veranderde, liet het Stadhuis aan de Coolsingel weten, dat men daar geen idee had waar de Rozenburgse miljoenen in de gemeentelijke boekhouding waren geboekt. Het geld zou er nog wel zijn. Ze waren het boekhoudtechnisch alleen maar even kwijt.

Verder hebben ze kunnen zien, hoe een door de provincie afgedwongen fusie van de gemeentes op 'Het Andere Eiland' (Goeree-Overflakkee) vooralsnog geen besparingen heeft opgeleverd, maar juist scheppen geld heeft gekost. Geld, dat de inwoners van de fusiegemeente mogen ophoesten.

Gemeentelijke zuinigheid en het kerkje van Vierpolders

Uit angst om in te teren op het vermogen, gaat de gemeente Brielle zo prudent om met de miljoenen, die men grotendeels heeft overgehouden aan de verkoop van het gemeentelijke woningbestand aan de nadien (niet door deze aankoop) in de problemen geraakte woningcorporatie Vestia, dat men niet eens een enkele euro over heeft voor de aankoop van het na januari 2015 door de opheffing van de Protestante Gemeente Vierpolders vrijkomende witte kerkje in Vierpolders; een rijksmonument.

Het kerkje is de in 1721 gebouwde, tweede vervanger* van het aan Sint Olaf gewijde kerkje van Nyland, dat in de Middeleeuwen door de 'Noormannen' is gesticht en in 1572 bij het 'raseren' van 't Nijeland van Den Briel door de Watergeuzen is verwoest. De gemeente hikt vooral aan tegen de kosten van de restauratie, die op €  800.000.00 worden geschat. (KLIK HIER - Zolang het nog kan.)

Onder achterdochtige Briellenaren wordt er ondertussen niet aan getwijfeld, dat de door zuinige Brielle schatbewaarders bewaakte miljoenen, na een eventueel door de Commissaris van de Koning af te dwingen annexatie, vooral in de voormalige groeikern(en) Hellevoetsluis en/of Spijkenisse zullen rollen.

* Als ik de teksten goed interpreteer heeft Vierpolders (in de loop der eeuwen ook bekend onder de namen Brielsch Nieuwland,'t Nije land van Den Briel en Nyland), dankzij de door de Watergeuzen gekoesterde behoefte aan een 'schoon' schootsveld, van 1572 tot 1618 zonder kerk gezeten. Net als na januari 2015, gingen de plaatselijke hervormden destijds in Den Briel ter kerke. In 1618 kreeg iedere plaats in de Republiek der Nederlanden zijn eigen hervormde kerk. Vierpolders, het centrum van het verzet tegen de door Alva ingestelde 10e Penning, werd afgescheept met een (waarschijnlijk houten) bouwsel, dat binnen 6 jaar geruïneerd was. De opvolger van die kennelijk van waaibomenhout gebouwde kerk, het (stenen) witte kerkje, was - destijds ook al door geldgebrek - pas in 1721 klaar.


Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint